|
Land van
oorsprong |
Zwitserland |
|
Gebruik |
Oorspronkelijk
waak-, drijf en trekhond op boerderijen, tegenwoordig ook familie- een
veelzijdige werkhond |
|
FCI-classificatie |
Groep II,
sectie 3. Zwitserse Sennenhond zonder werkcertificaat |
|
Algemene
verschijning |
Langharige,
driekleurige, meer dan middelgrote, krachtige en beweeglijke gebruikshond
met stevige ledematen; harmonisch en evenredig |
|
Belangrijke
lichaams- verhouding (formaat) |
Verhouding
tussen schofthoogte en lichaamslengte ca. 9 : 10; eerder gedrongen dan
lang. |
|
Karakter en
gedrag (aard) |
Zeker,
opmerkzaam, waakzaam en onbevreesd in alledaagse situaties, goedmoedig en
aanhankelijk in de omgang met vertrouwde personen, zelfverzekerd en
vriendelijk tegenover vreemden; gemiddeld temperament,
volgzaam. |
|
Hoofd |
Krachtig;
schedel zowel in zij-als in vooraanzicht gezien zeer licht gewelfd; zeer
duidelijk, doch niet te sterke stop, weinig ontwikkelde voorhoofdgroef;
krachtige, middellange, rechte snuit. |
|
Neusspiegel |
Zwart |
|
Lippen |
Weinig
ontwikkeld en aansluitend, zwart |
|
Gebit |
Volledig,
krachtig schaargebit |
|
Ogen |
Donkerbruin,
amandelvormig, met goed aansluitende oogleden |
|
Oren
(Behang) |
Driehoekig,
licht afgerond, hoog aangezet, middel groot, in rust vlak
aanliggend |
|
Hals |
Krachtig,
gespierd, middellang |
|
Lichaam |
Krachtig,
compact |
|
Borst |
Tot aan
elleboog reikend, breed, met duidelijke voorborst; borstkas van
breed-ovale doorsnee |
|
Rug |
Vast en
recht |
|
Lendenpartij |
Breed en
krachtig |
|
Kruis |
Vloeiend
afgerond |
|
Buik |
Niet
opgetrokken |
|
Staart |
Dichtbehaard,
minstens tot het spronggewricht reikend, in rust hangend, in de beweging
zwevend op rughoogte gedragen, of licht daarboven |
|
LEDEMATEN
Voorhand: Algemeen |
In stand
tamelijk breed, van voren gezien recht en parallel |
|
Schouders |
Lang,
krachtig, schuingeplaatst, met de opperarm een niet te stompe hoek
vormend, aanliggend en goed bespierd |
|
Voormiddenvoeten |
Nagenoeg
loodrecht in stand, sterk |
|
ACHTERHAND:
Algemeen |
In stand van
achteren gezien recht, niet te nauw, achtermiddenvoeten en voeten naar
binnen noch naar buiten gedraaid; wolfsklauwen moeten verwijderd
zijn |
|
Dijbenen |
Tamelijk lang,
van opzij gezien met het onderbeen een duidelijke hoek vormend, breed,
krachtig en goed bespierd |
|
Spronggewrichten |
Krachtig en
goed gehoekt |
|
Gangwerk |
Ruime,
gelijkmatige bewegingsafloop in alle gangen; uitgrijpende, ruime pas vóór
en goede stuwing vanuit de achterhand; in draf, van voren en van achteren
gezien, bewegen de ledematen in een rechte lijn |
|
BEHARING:
Vachtstructuur |
Lang, sluik of
licht gegolfd |
Kleur van het
haar |
Diepzwarte
grondkleur met diepe, bruinrode brand aan de wangen, boven de ogen, aan
alle vier de benen en op de borst, en met de volgende
aftekeningen: -zuivere,
witte, symmetrische hoofdaftekening De bles verbreedt zich naar de neus
toe aan beide zijden tot een witte snuitaftekening. De bles mag niet tot
aan de vlekken boven de ogen reiken en de witte snuitaftekening hoogstens
tot aan de mondhoeken -witte, matig
brede, doorlopende hals -en
borstaftekening -gewenst:
witte voeten, witte staartpunt -toegestaan:
kleine witte nekvlek. kleine witte aarsvlek |
|
Grootte |
Reuen 64 - 70
cm schofthoogte, ideaal 66 - 68 cm Teven 58 - 66 cm schofthoogte, ideaal
60 - 63 cm |
Fouten |
Iedere
afwijking van voornoemde punten moet als fout worden aangemerkt. De
beoordeling daarvan moet in verhouding tot de ernst van de afwijking staan
en er moet rekening mee gehouden worden in hoeverre aan wezenlijke zaken
afbreuk wordt gedaan -licht botwerk -ondervoorbeet
en bovenvoorbeet -het ontbreken
van andere tanden dan ten hoogste tweemaal p1 (premolaren); de m3 blijven
buiten beschouwing -entropion,
extropion -zadelrug,
overbouwd kruis, aflopende ruglijn -krulstaart,
knikstaart -duidelijk
kroeshaar -kleur- en
aftekeningsfouten -ontbrekende
witte hoofdaftekening -te brede bles
en/of witte snuitaftekening, die duidelijk verder dan de mondhoeken
reikt -grote witte
nekvlek -witte
halsring -wit aan de
voorbenen, dat duidelijk tot boven het midden van de middenvoet reikt
(laars) -storend
asymmetrische aftekening aan hoofd en borst -zwarte
vlekken en strepen in het wit op de borst -bruine of
rode gloed over de zwarte grondkleur -onzeker/instabiel
karakter, agressiviteit |
|
Van
beoordeling uitsluitende fouten |
-gespleten
neus -blauw oog (+
glasoog/porceleinoog) blauwe vlekjes in de iris (=
birkauge) -kort haar of
kort stokhaar -het ontbreken
van een driekleurenpatroon -anders dan
zwartgekleurde mantel |
|
NB Reuen
moeten twee duidelijk normaal ontwikkelde testikels bezitten, die zich
volledig in het scrotum bevinden. | |